Gregoriaans
 Voor kinderen
 Andere onderwerpen
 

Notengroepen

Het gregoriaans kent vierkante en ruitvormige noten die soms alleen, soms in groepen voorkomen.

Losse noten:

  • punctum
  • virga

Groepen van twee noten

  • pes of podatus
  • clivis

Groepen van drie of meer noten

  • torculus
  • porrectus
  • climacus, scandicus, (salicus)

Toegevoegd kunnen worden

  • twee dalende ruitnoten - (subpunctis of) subbipunctis
  • drie dalende ruitnoten - (subpunctis of) subtripunctus
  • hogere vierkante noot - resupinus
  • lagere vierkante noot - flexus

Van alle notengroepen kan de laatste noot veranderd worden: liquescens (‘vloeinoot’) Het vergemakkelijkt de uitspraak van bepaalde medeklinkers op de plaats van de liquescens.

Episema

is een liggend streepje boven of onder een enkele noot of een groep noten. Het betekent (in de oude theorie): enigszins verlengen

Punt

Verlengt de noot, niet perse twee keer zo lang.

Modaliteit

Het gregoriaans kent geen toonladders, maar modi:

  1. Eerste modus - Protus
  2. Tweede modus - Deuterus
  3. Derde modus - Tritus
  4. Vierde modus - Tetrardus

Het gaat om (de secunde en) de terts en de toon onder de tonica (grondtoon)

Lees verder...

 
Stichting InterKerk, Fabritiuslaan 17, 2241 JR Wassenaar, tel.: 06 123 54 707, fax: 08 421 41 755, email